Chronologie van de Amerikaanse begraafplaats Margraten volgens Layne en Barquet (1999)

Waarom een begraafplaats in Margraten?

Volgens Shomon, Crosses in the Wind (1947): De beoogde locatie van de begraafplaats van het Amerikaanse Negende Leger in Sittard lag té dicht bij het front en kwam onder Duits vuur te liggen, vandaar dat naar een nieuwe locatie moest worden gezocht.

Volgens Quarter Master Corp (Layne/Barquet p. 3): Het verschuiven van de grens tussen de Britse en Amerikaanse sector was er de oorzaak van dat de in Sittard begonnen werkzaamheden moesten worden gestaakt en de Amerikanen op zoek moesten naar een nieuwe locatie.
1944

-Eind oktober, begin november 1944 werd een locatie langs de Rijksweg in Margraten gevonden.

-Het 207 Engineer Combat Battalion werd belast met de voorbereidende werkzaamheden (p.3)

-Op 7 november kreeg het 172 Engineer Combat Battalion de opdracht een toegangsweg naar de beoogde begraafplaats aan te leggen. De werkzaamheden startten op 9 november (p.3 en 4)

- Op 11 november vond de eerste begrafenis plaats: in plot A, row 1, grave 1 werd het lichaam van J.B. Singer begraven.

Van 16 november 1944 tot 14 december: grote aanval van Negende Leger op Roer en Rijn – 1133 doden. Vanaf  16 december: Duits tegenoffensief, de Slag om de Ardennen.

In die tijd was de toestroom van doden naar Margraten zó groot en het weer dermate slecht (veel regen), dat de hulp van burgers werd ingeroepen om voldoende graven beschikbaar te krijgen. (p.4)
1945

-23 Maart 1945: grote aanval op Wesel (airborne). De begraafplaats in Margraten kon de stroom van lijken niet aan. Op 25 maart werden weer burgers opgetrommeld om graven te delven. (p.5)

-Tijdens de opmars over Ruhr en Rijn tot aan de ontmoeting met de Russische bondgenoten

(25 maart-30 april), werden 1358 GI’s van het Negende Leger gedood. Omdat het Negende Leger als enige géén begraafplaats op vijandelijke bodem wilde inrichten, werden de gesneuvelden naar Margraten overgebracht. (p.5)

Begin mei telde de begraafplaats 12.086 graven: 8886 Amerikanen, 200 andere geallieerden en 3000 Duitsers. (p.5)

Direct na het einde van de oorlog (VE-day, 6 mei 1945) besloot Eisenhower om de tijdelijke begraafplaatsen in Duitsland te ruimen en de doden over te brengen naar Henri-Chapelle en Margraten. Omdat Henri-Chapelle, gezien de ligging niet uitgebreid kon worden, kwamen deze doden grotendeels in Margraten terecht.(p.6)
1946

-30 maart 1946: het laatste lichaam wordt begraven op de tijdelijke begraafplaats in Margraten, naast 3075 Duitsers vonden 17.742 Amerikanen en 1026 overige geallieerde manschappen er hun rustplaats. (p.10)
1947

Tussen september 1945 en april 1947 werden in de VS studies verricht naar de inrichting van permanente begraafplaatsen en de mogelijkheid voor familieleden om hun dierbaren naar te VS te laten repatriëren.

Op 22 april 1947 mondde dit uit in een besluit van de ‘Secretary of War’ tot het inrichten van tien permanente begraafplaatsen, waaronder Margraten. Dat betekende dat de 12 tijdelijke begraafplaatsen, waaronder Son en Molenhoek in Nederland, zouden worden geruimd. (p.12-13)

De doden uit Son en Molenhoek zouden worden overgebracht naar Margraten. Met de gesneuvelden uit de twee tijdelijke begraafplaatsen kwam het totaal aantal Amerikaanse doden op 18970. (p.15)
1948

In de zomer van 1948 gaf de Nederlandse regering de vergunning af om een permanente begraafplaats in Margraten in te richten (p.15)

Op 6 september 1948 waren alle stoffelijke overschotten opgegraven, geprepareerd en in kisten gelegd, gereed voor herbegraving of repatriëring. Die dag begonnen de grondwerkzaamheden (ophoging) en het uitlijnen van de definitieve plots, waarvoor eerder een plan werd opgesteld.

Op 1 december 1948 vonden de eerste militairen hun definitieve rustplaats op Margraten. (p.15)

In dit kader een opmerkelijke uitspraak in Layne/Barquest (p.22): It can also be observed that no American was buried in a space that had been previously occupied by the enemy.

De ruim drieduizend gesneuvelde Duitsers werden overgebracht naar het ‘Deutscher Soldatenfriedhof’ te Ysselsteyn. In 1946 besloot de Nederlandse regering om de verspreid over het hele land begraven Duitse militairen op één begraafplaats te concentreren. Na afloop van deze actie waren 31.585 soldaten in Ysselsteyn herbegraven. Zesduizend van hen bleven ongeïdentificeerd.
1949

Ondanks het slechte winterweer waren de meeste doden bij het begin van de lente 1949 herbegraven. Op 15 december 1949 werd de begraafplaats officieel door het leger overgedragen aan the American Battle Monuments Commission, die belast werd met de architectonische lay-out van het geheel. (p.19)
1960

Het zou tot 1960 duren vooraleer het kerkhof de vorm kreeg zoals we het thans nog kennen. Op 7 juli van dat jaar werd het officieel ingewijd.

F.R.